De bewaker van Berg en Dal

Inleiding: De Poort naar de Vijftig

Het bereiken van de vijftigjarige leeftijd is als het beklimmen van een hoge heuvel in het Surinaamse binnenland. Je kijkt achterom en ziet de wegen die je hebt bewandeld: de dalen waar je doorheen ging, de toppen die je hebt gevierd, en de stromen van het leven die je hebben gevormd tot de vrouw die je vandaag bent. Het is een kroonjaar, een gouden mijlpaal die vraagt om reflectie, maar bovenal om dankbaarheid.

Toen mijn vijftigste jaardag naderde, voelde ik een diep verlangen om de drukte van de stad achter me te laten. Ik wilde niet zomaar een feest; ik wilde verbinding. Verbinding met de mensen die me lief zijn, maar ook met de oerkracht van de Surinaamse natuur. De natuur die niet oordeelt, maar die simpelweg ís, en die ons eraan herinnert dat we allemaal deel uitmaken van een groter geheel.

Samen met mijn man en een uiterst gezellig gezelschap besloot ik dit nieuwe levenshoofdstuk in te luiden op een plek waar de geschiedenis en de natuur samensmelten: Berg & Dal.

Ik wist dat het een bijzonder weekend zou worden, een weekend vol lachen, zingen en samenzijn. Wat ik op dat moment echter nog niet wist, was dat de spirituele bewakers van het bos al op ons wachtten. Dit is het verhaal van een ontmoeting tussen twee werelden, gevangen in de weerspiegeling van een spiegel
en de nevels van een droom. Een herinnering die voor altijd in mijn ziel gegrift staat.

Hoofdstuk 1: De Reis en Aankomst te
Berg & Dal

De weg vanuit de stad naar het district Brokopondo is een reis die de zintuigen langzaam wakker schudt. Naarmate de gebouwen van Paramaribo plaatsmaken voor de karakteristieke savannebomen en de laterietwegen, voel je de stadsdrukte van je afglijden. De lucht wordt zuiverder, de bries koeler, en het groen van het regenwoud langs de Surinerivier nodigt je uit om dieper adem te halen. De opwinding in de auto was voelbaar; we waren onderweg naar een mijlpaal, omringd door warmte en vriendschap.

Het was een prachtige, zonovergoten middag toen we uiteindelijk de poorten van Berg & Dal passeerden. Bij de receptie was direct merkbaar dat we niet de enigen waren die de roep van de natuur hadden gevolgd. Het was er enorm druk.

Een levendige stroom van bezoekers, koffers, spelende kinderen en gidsen vulde de centrale ruimte. Mensen praatten honderduit, en de levendige Surinaamse gezelligheid hing als een warme deken over het park.

Na onze aankomst moesten we even geduldig op onze beurt wachten. In de hitte van de middag lieten we het tempo van de klok los en schakelden we over op het ritme van het bos. Het wachten hinderde ons niet; de sfeer zat er vanaf het eerste moment al in. Er werd gegrapt en vooruitgeblikt op het mooie weekend dat voor ons lag.

Uindelijk was het zover. Een medewerker nam onze documenten door en begeleidde ons over de houten paden van het resort. We liepen dieper en dieper het terrein op, weg van de centrale drukte, totdat we helemaal achterin het park arriveerden. Daar stond onze boomhut, hoog opgetrokken tussen de
reusachtige stammen en weelderige bladeren van het oerwoud. “Het is wel helemaal aan het einde,” merkte iemand op, kijkend naar de afstand die we zojuist hadden afgelegd.

Maar voor ons was dit absoluut geen probleem. Integendeel. We waren gezegend met een gezelschap dat zo uiterst harmonieus en gezellig was, dat de afstand naar de rest van het park wegviel tegen het plezier dat we met elkaar deelden. Bovendien bood deze afgelegen plek ons een unieke privacy. We stonden aan de rand van de beschaving, met onze voeten in de bomen en onze rug naar het onbekende, diepe bos. De boomhut voelde meteen als een veilig nest, klaar om onze herinneringen te herbergen.

Hoofdstuk 2: Een Avond vol
Gezelligheid


Toen de middagzon langzaam haar felle kracht verloor en plaatsmaakte voor de gouden gloed van de vroege avond, kwam de ware magie van Berg & Dal tot leven. De sfeer binnen ons gezelschap was onbeschrijfelijk fijn. Er hing een deken van ongedwongenheid over de groep. Er werd veel gelachen, de ene grap volgde de andere op, en al snel klonken de eerste liederen door de bomen. Muziek en zang horen bij het leven, en zeker bij het vieren van een gouden kroonjaar. Onze stemmen mengden zich met het ruisen van de bladeren en het verre, rustgevende stromen van de rivier.


Het was een heerlijk drukke en levendige avond. Terwijl wij genoten van elkaar, zagen we dat het resort om ons heen ook volop leefde. Vanaf ons hooggelegen standpunt keken we uit over het centrale pleintje, de robuuste brug en het grote steigerplateau dat over het water hing. Overal stonden nog bezoekers na te babbelen in de koelte van de avond. Kinderen renden onvermoeibaar achter elkaar aan, hun vrolijke kreten echoden over het water, en de dynamiek van het park gaf een gevoel van saamhorigheid.


Het hoogtepunt van de vroege avond was zonder twijfel de zonsondergang. We stonden even stil om te kijken hoe de hemel boven de Surinamerivier transformeerde in een levend schilderij. Diepe tinten oranje, paars en goud reflecteerden op het kabbelende wateroppervlak. Het was een schouwspel dat ons allemaal even stil kreeg. Een moment van pure esthetiek, dat perfect paste bij de spirituele overgang naar mijn vijftigste levensjaar.


Naarmate de klok tikte, verplaatste de gezelligheid zich naar de eettafel. Onder het genot van een heerlijk diner werd er gegeten, gedronken en gepraat over het verleden en de toekomst. De uren vlogen voorbij in een roes van warmte. Maar zoals aan elke dynamische avond een einde komt, begon ook voor ons de vermoeidheid van de reis en de indrukken van de dag toe te slaan. Tegen de late avonduren besloten mijn man en ik dat het tijd was om ons terug te trekken. We namen afscheid van het gezelschap en lieten de laatste levendige geluiden van het pleintje achter ons. Het was tijd om de rust van onze eigen boomhut op te zoeken, niet wetend dat de ware reis van die nacht nu pas zou beginnen.

Hoofdstuk 3: De Duisternis en de
Steile Trap


Zodra we de warmte en het licht van het gezelschap achter ons lieten, werden we subiet opgeslokt door de indrukwekkende duisternis van het binnenland. In Paramaribo ben je gewend aan het flauwe schijnsel van straatlantaarns en de gloed van de stad, maar hier, diep in de natuur van Berg & Dal, regeert de nacht in haar puurste vorm. Het was pikkedonker. De hemel boven ons was bezaaid met talloze sterren, maar op de grond zagen we werkelijk hand voor ogen niet. Het resort was op dit late uur gehuld in een diepe rust; er was nauwelijks kunstmatige verlichting aangebracht om de natuurlijke habitat van het bos niet te verstoren.


Gelukkig waren we voorbereid. Mijn man en ik haalden onze flashlights tevoorschijn. De felle, smalle lichtbundels sneden door de gitzwarte nacht en hielpen ons om de weg over de houten paden makkelijker te kunnen vinden.

Elke stap die we zetten, werd begeleid door het indringende concert van het oerwoud: het ritmische tsjirpen van krekels, het verre gekwaak van kikkers bij de rivier en het ritselen van bladeren door een onzichtbare nachtbries. Het bos was niet stil; het ademde.


Na een flinke wandeling doemde onze boomhut op uit het duister, hoog en robuust tussen de banyan bomen. Maar voor we de veiligheid van ons verblijf konden bereiken, stonden we oog in oog met de houten trap. Overdag was het een charmant element van de architectuur, maar nu, in de schaduw van de nacht, leek de trap steiler dan ooit.


Voorzichtig, met de zaklamp stevig in de hand geklemd, zetten we onze voeten op de treden. De houten constructie kraakte zachtjes onder ons gewicht. Ik moet eerlijk bekennen dat het zo in het donker best eng was. De diepte achter ons en de absolute stilte van de omringende bomen gaven een lichte kriebel
in de buik. Stap voor stap, elkaar ondersteunend, klommen we omhoog naar ons tijdelijke nest in de bomen. De spanning gleed pas van ons af toen we de deur van de hut openden en de vertrouwde, veilige sfeer van de kamer binnenstappen. We hadden de duisternis getrotseerd.

Hoofdstuk 4: Een Flits in de Spiegel


Eenmaal veilig in onze hut was de spanning van de steile trap snel vergeten. De knusse sfeer van het houten interieur omarmde ons. Voordat we gingen slapen, besloten mijn man en ik nog heel even te genieten van de nachtelijke rust. We namen een glas wijn mee en stapten het balkon op. Daar, hoog tussen de boomtoppen, zaten we nog een poos heerlijk te babbelen. De adrenaline van de avond ebde langzaam weg en maakte plaats voor een diepe sereniteit. We fluisterden bijna, uit ontzag voor de immense stilte van de natuur om ons heen.


Tegen half een ’s nachts—12:30 am—voelde ik de vermoeidheid definitief toeslaan. Ik hield het voor gezien, wenste mijn man een goede nacht en begaf me naar de badkamer om mijn tanden te poetsen en me klaar te maken voor bed.

De badkamer had een opvallende inrichting: er hingen grote spiegels recht tegenover elkaar aan de muren. Terwijl ik daar in de stilte van de nacht mijn tanden stond te poetsen, creëerden de spiegels een bijzonder optisch effect. Ik kon mezelf niet alleen zien in de spiegel recht voor me bij de wasbak, maar in mijn ooghoeken zag ik tegelijkertijd de weerspiegeling van de spiegel achter me. Het creëerde een soort
oneindige diepte, een doorkijkje waarin de ruimte groter leek dan hij was. En toen, in een fractie van een seconde, veranderde alles.


In de weerspiegeling zag ik ineens in een flits een donkere dame voorbijgaan. Mijn adem
stokte in mijn keel. Het was een adembenemend mooie blaka uma. Ze straalde
een koninklijke, eeuwenoude waardigheid uit. Haar hoofd was prachtig en zorgvuldig gebonden met een helderwitte doek, die deed denken aan een traditionele, trotse tulband. Over haar lichaam had ze een traditionele omslagdoek geslagen. Ze liep niet zomaar voorbij; ze stopte en keek me indringend aan via de spiegel. Haar blik was intens, diep en vol betekenis. Ik bevroor, mijn tandenborstel nog in mijn hand, en keek haar net zo strak en onbevangen terug aan. Er was geen angst, maar een pure, rauwe herkenning tussen twee zielen.

De ontmoeting duurde slechts een hartslag. Net zo snel als ze gekomen was, was ze ook weer verdwenen, oplossend in de schaduwen van de badkamer. Voordat ik het allemaal goed en wel met
mijn verstand kon verwerken, was de ruimte weer leeg. Mijn hart bonsde in mijn borstkas, maar
vreemd genoeg voelde ik geen paniek of doodsangst. Terwijl ik me langzaam realiseerde wat er zojuist was gebeurd, sprak ik meteen met een kalme, respectvolle stem in mijn hoofd de woorden uit die diep uit mijn binnenste kwamen: “Ik ben hier niet om kwaad te doen. Ik val niemand lastig. Ik ben hier alleen om te
genieten van de natuur en deze prachtige plek, in verband met mijn vijftigste jaardag.
”
Het was mijn takie, een oprecht statement van respect naar de spirituele wereld van Berg & Dal. Ik wist dat ik zojuist oog in oog had gestaan met iets dat groter was dan de tastbare wereld.

Hoofdstuk 5: De Rust van de Nacht


Nadat de verschijning van de prachtige blaka uma in de schaduwen van de badkamer was opgelost, bleef het nog lang stil in mijn hoofd. Ik probeerde me er bewust niet te diep op te focussen; ik wilde mezelf niet gek maken met angst of ongeloof. Met een ietwat trillende hand poetste ik rustig mijn tanden verder. Mijn verstand probeerde te bevatten wat er zojuist was gebeurd, maar mijn gevoel zei me dat het
goed was. Ik keek nog een paar keer alert om me heen, zoekend in de hoeken van de kamer en in de diepte van de tegenover elkaar hangende spiegels, maar ze was nergens meer te bekennen.


Om de spanning definitief van me af te spoelen, nam ik een heerlijke, verkoelende douche. Het water kletterde op mijn huid en hielp me te aarden. Eenmaal terug in de slaapkamer zag ik dat mijn man intussen alles keurig had afgesloten.

De deuren zaten op slot en hij lag al in een diepe, vredige rust. Zijn ademhaling was kalm
en regelmatig. Omdat hij zo vast sliep, besloot ik hem niet wakker te maken. Ik wilde zijn rust niet
verstoren met een verhaal dat zo laat in de nacht misschien beangstigend of verwarrend over zou komen. Ik stapte zachtjes in bed, trok het laken over me heen en luisterde naar de vertrouwde geluiden van het Surinaamse binnenland buiten onze houten wanden. Gesterkt door de takie die ik in gedachten had
uitgesproken, gleed ik uiteindelijk ook in een diepe, droomloze slaap. De nacht rustte zwaar en beschermend over onze boomhut.

Hoofdstuk 6: Twee Werelden Komen
Samen


De volgende ochtend brak aan met het vrolijke gefluit van tropische vogels en het zachte, warme zonlicht dat door de kieren van de boomhut sneed. Niets aan de serene ochtend verraadde de mystieke gebeurtenis van de afgelopen nacht. Terwijl we genoten van het ontwaken en de frisse boslucht, besloot ik dat het moment daar was om mijn hart te luchten. Ik keek mijn man aan en deed uitgebreid mijn
verhaal over wat mij rond half een ’s nachts in de badkamer was overkomen. Mijn man verstarde halverwege mijn verhaal. Zijn ogen werden groot en hij keek me met open mond en pure verbazing aan.
“Wattt?!” riep hij uit, terwijl de ongeloof van zijn gezicht te lezen was. “Was het een mooie negerin met iets gelijkend als een witte tulband?!”

Mijn hart sloeg een slag over. “Jaaaaa!” riep ik terug, terwijl de rillingen over mijn armen liepen. Ik had hem nog geen details gegeven over haar uiterlijk, haar kleding of de witte doek. Hoe kon hij dit weten?
Hij slikte even en vertelde me toen dat hij diezelfde nacht een ongelooflijk levendige droom had gehad. Een droom die hij bewust voor zich had gehouden omdat hij mij die ochtend niet bang wilde maken. Maar nu mijn ervaring en zijn droom naadloos in elkaar overliepen, kwamen de twee werelden op een
schokkende manier samen. In zijn droom bevond hij zich in exact dezelfde boomhut waarin we sliepen. Hij zag zichzelf plotseling gewichtloos worden en richting het balkon zweven. Hij zweefde over de reling
heen en keek naar beneden, naar de bosgrond onder onze hut. Daar, in het schijnsel van de nacht, zag hij haar staan: een hele mooie blaka uma. Ze had haar hoofd gebonden met een witte doek en droeg helderwitte kleding. Ze deed niets kwaads; ze keek omhoog naar hem met een serene, vriendelijke glimlach op haar gezicht. Maar dat was niet alles. Naast deze mysterieuze vrouw lag een enorm lange en vooral dikke slang op de grond. Het imposante dier lag daar rustig, zonder enige agressie. Nadat de vrouw mijn man een poosje indringend en glimlachend had aangekeken, draaide ze zich langzaam om. Ze liep een smal bospaadje op dat rechtstreeks richting het water van de rivier leidde. Kort daarna
verdween ze, samen met de slang, in de nacht. Meteen op dat moment schrok mijn man wakker. Het was exact de nachtelijke uiting van de vrouw die ik in de spiegel had gezien. Samen zaten we op het bed, overdonderd door de synchroniciteit van onze ervaringen. We begonnen de droom en de verschijning
zorgvuldig te analyseren. In de Surinaamse cultuur en spiritualiteit dragen zulke tekens een diepe lading. We kwamen tot de conclusie dat de plek waar onze boomhut achterin het park gebouwd was, wellicht ooit de heilige grond of zelfs de vroegere woonplaats van deze vrouw was geweest. De slang was haar
metgezel, een spirituele bewaker van de plaats (profeti of banti).


We realiseerden ons dat onze aankomst en het respectvolle gedrag dat we hadden getoond,
de sleutel waren geweest tot deze vreedzame ontmoeting. Bij aankomst te Berg & Dal hadden we namelijk netjes onze takie gedaan: we hadden hardop uitgesproken dat we hier puur voor ontspanning kwamen, met goede bedoelingen en zonder enig kwaad in de zin.

Hoofdstuk 7: De Betekenis en de
Goedkeuring


Dat deze prachtige vrouw zich in een flits aan mij toonde in de spiegel, en zich tegelijkertijd in de droom van mijn man liet zien, was haar manier om te antwoorden. Ze deed hem geen kwaad in de droom en ze had mij niet laten schrikken in de badkamer. Het was geen kwade geest; het was een spirituele begroeting. Met haar glimlach gaf ze ons simpelweg haar formele goedkeuring en zegen om in “haar” weelderige omgeving te mogen vertoeven. We waren geaccepteerde gasten op haar grond.
Met dit diepe besef veranderde elke eventuele angst in een gevoel van intense rust en spirituele rijkdom. Ik mag absoluut niet klagen. We hebben de rest van het weekend op een bijzonder fijne, harmonieuze manier doorgebracht, zonder enige narigheid. De sfeer in en rondom de boomhut voelde vanaf dat moment relaxed, warm en beschermend aan. Het was de perfecte, magische start van mijn vijftigste levensjaar.
Toen het weekend ten einde liep en we ons klaarmaakten om terug te keren naar de drukte van de stad, liep ik nog één keer naar de deur van de hut. Bij het sluiten van de deur op zondag keek ik achterom naar de ruimte die ons zo gastvrij had ontvangen. Ik dacht aan de huishoudelijke werkster die ons had geholpen, maar in mijn hart bedankte ik vooral de onzichtbare gastvrouw van de plek. Vol respect en met een voldaan gevoel sprak ik de woorden uit die de cirkel rondmaakten:
Grantangie mama, Grantangie.


Einde

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *